Verkiezingsprogramma

Ons programma

thuis ontvangen?

Dat kan!

Download ons programma

Klik hier!

 


 de Ziel 0071
     

ProgrammaProgramma

U bent hier:
ChristenUnie-SGP Zoetermeer
Programma's
Programma
 

                      Stabiel en betrokken

                                                            Wij geloven dat het anders kan!

Verkiezingsprogramma 2010-2014

Inhoudsopgave

0. inleiding    blz. 4
1. Sociale voorzieningen   blz. 4
2. Welzijn en Zorg   blz. 5
3. Natuur en Milieu   blz. 6
4. Jeugd en Onderwijs   blz. 6
5. Kunst en Cultuur   blz. 7
6. Sport en Bewegen   blz. 7
7. Veiligheid     blz. 8
8. Bestuur en Dienstverlening   blz. 8
9. Inrichting van de stad  blz. 9
10. Economie     blz. 10
11. Bouwen en Wonen   blz. 10
12. Openbaar gebied   blz. 11

Inleiding
De ChristenUnie en de SGP werken net als in de afgelopen raadsperiode weer samen als een gecombineerde fractie in Zoetermeer.
Wij willen als christelijke partijen de handen uit de mouwen steken en ons inzetten voor u persoonlijk en voor onze gemeente. Dit doen we vanuit onze persoonlijke betrokkenheid bij de samenleving en vanuit onze christelijke overtuiging met de Bijbel als leidraad.

De ChristenUnie-SGP heeft oog voor mensen, hun welbevinden en hun relaties. Niemand leeft voor zichzelf en niemand mag aan zijn lot worden overgelaten. We geloven dat mensen tot bloei komen als ze zich voor elkaar verantwoordelijk voelen en zorg dragen voor elkaar. We zetten ons daarom in om onmenselijke situaties van verslaving, armoede en eenzaamheid te voorkomen en te bestrijden. De ChristenUnie-SGP wil alles doen wat in haar vermogen ligt om mensen tot hun recht te laten komen, in een wereld waarin we omzien naar elkaar.

Als inwoners van Zoetermeer zijn we geen losse eenheden die met de rug naar elkaar toe staan. We zijn als mensen op elkaar aangewezen. Wij willen daarom ruim baan geven aan die gemeenschappen waarin zorg en verantwoordelijkheid kunnen opbloeien. Gezinnen, scholen, kerken, bedrijven, sportclubs, verenigingen en dergelijke vormen de basis van de samenleving. Daarin willen we investeren.

Religieuze en culturele verschillen kunnen in de praktijk lastig zijn, maar als we elkaar de ruimte geven en elkaar respecteren, dan kan diversiteit de gemeenschap versterken. Wij willen ons inzetten voor de vrijheid van godsdienst, voor het bijzonder onderwijs, en een ‘zondag’ waar levensovertuiging de ruimte krijgt. Het is goed voor de samenleving een dag te rusten, de economie is niet allesbepalend.
Wij willen ons inzetten voor duurzame economische ontwikkeling. Goede zorg voor de schepping en dus voor mens, natuur en landschap. Milieu heeft onze grote aandacht en betrokkenheid ook gelet op onze verantwoordelijkheid voor de volgende generatie.

Het is een belangrijke taak van de gemeente om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Met elkaar kunnen we iets doen tegen de ‘hufterigheid’ op straat en vervuiling van onze leefomgeving.
Jongeren krijgen veel positieve aandacht in ons programma. Ook hebben we zorgen over alcoholmisbruik, gebruik van drugs en de positie van randgroepjongeren.

Echter, de overheid heeft niet alles in de hand. De politiek kan niet alles oplossen. We hebben elkaar nodig. Samen kunnen we iets moois van onze gemeente maken. Wij zullen daar van onze kant alles aan doen, daar kunt u van op aan.

De gemeente is een dienstbare overheid en bondgenoot van de samenleving. Dat betekent zo veel mogelijk verantwoordelijkheden in de samenleving laten of daar terugleggen, en verantwoordelijkheden delen met partners in de samenleving. De gemeente ondersteunt daarbij, faciliteert en stelt waar nodig grenzen. Op deze manier draagt de overheid bij aan een bloeiende samenleving.

Een dienstbare overheid vraagt om een dienstbare burgemeester, wethouders, raadsleden en ambtenaren. De ChristenUnie-SGP wil een gemeentelijke organisatie die ook zo gericht is op de samenleving en zoveel mogelijk via één loket open, transparant, service- en klantgericht handelt. ChristenUnie-SGP-politici willen betrouwbaar zijn en open en transparant hun afwegingen maken.
Dienstbaarheid is niet soft en is ook niet alleen maar gericht op de burgers (niet alleen maar ‘u vraagt, wij draaien’). Het is ook gericht op het algemeen belang. Daarin heeft de overheid ook een duidelijke eigen verantwoordelijkheid.

In de volgende paragrafen, ons verkiezingsprogramma voor de komende vier jaar, vertellen we u onze standpunten op onder andere de gebieden veiligheid, leefbaarheid en financiën voor de komende jaren.
Bezuinigingen blijven de komende jaren noodzakelijk.  Sociale voorzieningen, armoedebestrijding, jongerenparticipatie en arbeidsmarktbeleid willen we ontzien. De investeringsagenda, gebaseerd op de Stadsvisie 2030, moet in dit perspectief bekeken worden.

Als christenen in de politiek beseffen we dat de bloei van onze gemeente afhangt van de zegen van God. We zien uit naar de komende vier jaar en rekenen op uw steun!

Hoofdstuk 1 – sociale voorzieningen

In tijden van financiële teruggang staat de sociale zekerheid onder druk. Het is de taak van de overheid erop toe te zien dat niemand aan de kant komt te staan. Het bevorderen van zowel werkgelegenheid als arbeidsparticipatie is daarbij een belangrijk instrument. De gemeente moet daarom inzetten op een goed vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven en bij- en omscholing van werklozen voor een succesvolle reïntegratie op de arbeidsmarkt. Daar moet dus ook genoeg geld voor worden vrijgemaakt. Wij tekenen hierbij aan dat reïntegratie voor iedereen maatwerk moet zijn. Bovendien moet het college zich inzetten voor  inkorting van de wachtlijst bij DSW.
Succesvolle participatie en integratie komt van twee kanten en vraagt om inspanningen van iedereen. Voor het deelnemen aan de Zoetermeerse samenleving is het voor vooral de nieuwe Nederlanders belangrijk dat zij de Nederlandse taal goed beheersen. Ook hier kan goed burgerschap leiden van zelfredzaamheid tot een reële kans op een baan.

Mensen die misbruik maken van sociale voorzieningen moeten stevig worden aangepakt. Het geeft geen pas om te leven van andermans belastinggeld als je zelf ook zinvol kunt bijdragen.
Voor mensen die niet kunnen werken moet ook voldoende aandacht zijn. Wij staan erachter dat alleenstaande ouders van jonge kinderen van de sollicitatieplicht ontheven zijn, en willen inzetten op scholing voor de toekomst.
Wij vinden het belangrijk dat mensen niet achterop raken omdat ze financieel niet mee kunnen komen. Het gemeentelijke minimabeleid mag dan ook niet lijden onder de economische crisis en blijft het maatschappelijke vangnet. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand, de ZoetermeerPas, het zijn vitale onderdelen van het vangnet dat de gemeente hoort te creëren. Ook aandacht voor schuldhulpverlening en voorlichting over het minimabeleid zijn voor ons belangrijk.
Vrijwilligerswerk is een belangrijke motor voor de samenleving. Daarom moet het niet slechts als alternatief voor betaald werk worden gezien, maar ronduit worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Ook het vrijwilligerswerk vanuit de kerken (Perron 28 en 61, cursus schuldhulpverlening, ouderen- en jongerenwerk) verdient erkenning, waardering en ondersteuning door de gemeente, net als particuliere initiatieven zoals de voedselbanken.

Hoofdstuk 2 – zorg en welzijn

Met de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is meer verantwoordelijkheid voor het eigen welzijn geïntroduceerd bij de burgers. Voor de ChristenUnie-SGP is dat een goede zaak, die past binnen verantwoord burgerschap en het streven naar sociale samenhang. We zijn van mening dat een grotere effectiviteit van de Wmo kan worden bereikt door die actief in te bedden in bestaande maatschappelijke netwerken en organisaties. Wij denken aan de kerken, die een groot vrijwilligerskader hebben.
De ChristenUnie-SGP pleit voor een naadloze overgang bij de samenvoeging van het oude welzijnssysteem met de Wmo. De door ons gevraagde inventarisatie van mogelijke dubbelingen bij Welzijn en Wmo kan daarin meegenomen worden.
Het is van het grootste belang dat niemand tussen wal en schip raakt door de nieuwe werkwijze van de zorg, waaronder ook de verschraling van de AWBZ. Ook zorgmijders en eenzamen mogen we niet links laten liggen.
Wat we nodig hebben is een pro-actief beleid, waarbij kwetsbare doelgroepen worden opgezocht en de GGD stevig wordt aangestuurd. Ook de organisatie van de huishoudelijke zorg moet gericht zijn op continuïteit en een sterke regie, zeker als instellingen steken laten vallen.
Wij vinden het belangrijk dat de gemeente een brede invulling geeft aan haar taak op het gebied van bevordering en ondersteuning van vrijwilligerswerk en mantelzorg. De praktische ondersteuning kan het beste op wijk- en buurtniveau worden gegeven, bij voorbeeld met steun van de vrijwillige thuishulp.
Wij willen dat de gemeente stevig inzet op de vergrijzing (verzilvering). Het is zaak dat er nu al strategische beleidskeuzes worden gemaakt om de gevolgen op te vangen.
Wij willen verder dat de gemeente meer geld vrijmaakt voor de begeleiding en reïntegratie van ex-gedetineerden en hun gezinnen. De begeleiding van de ongeveer 150 personen die per jaar vrij komen moet veel verder gaan dan het regelen van woonruimte.

Hoofdstuk 3 – natuur en milieu

Wij geloven dat wij, en onze kinderen na ons, de aarde van de Schepper in gebruik hebben gekregen. Daarom voelen wij ons geroepen tot een krachtig milieubeleid, ook in financieel krappe tijden.
Wij spreken ons uit tegen ongelimiteerde consumptie, voor hergebruik en afvalscheiding. De overheid heeft hierin de rol van voorlichter, vergunningsverlener en handhaver, maar zeker ook een voorbeeldrol en een faciliterende rol.
Toegezien moet worden op een correct gebruik van ons afvalinzamelingsysteem. Het scheiden van afval moet makkelijk en vanzelfsprekend gemaakt worden. De nieuwe ontwikkelingen op het gebied van afval als grondstof moeten nauwlettend worden gevolgd. Wij willen in Zoetermeer streven naar 60% hergebruik in 2015.
Om zwerfafval te verminderen, is strikte handhaving noodzakelijk, in combinatie met goede voorlichting, aangesloten op landelijke campagnes. Burgers en bedrijven moeten hun eigen directe omgeving schoon houden. Daarbij moet er steekproefsgewijs gecontroleerd worden of de wijkcontainers voldoende capaciteit hebben.
De natuur in Zoetermeer moet beschermd en versterkt worden. Een bomenbeleidsplan met aandacht voor herbeplanting, groennorm en bescherming van karakteristieke bomen. Groene stroken en parken moeten in stand worden gehouden, ook met het oog op de vogeldiversiteit. Ook Vegetatiedaken zijn een mooie manier om meer groen te creëren.
Dieren horen bij onze samenleving en zorgen ervoor dat onze stad leefbaar en aantrekkelijk is. Daarom verdienen dieren onze aandacht en zorg. Wij zijn trots op de vele Zoetermeerders die zich dagelijks inzetten voor het dierenwelzijn. Er wordt steeds meer bekend over de therapeutische werking van huisdieren, waardoor bij voorbeeld eenzaamheid wordt voorkomen. Bij nieuwe planontwikkeling is het belangrijk dat vooraf goed wordt beoordeeld of er mogelijke nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn, een en ander zoals aangegeven in de Flora en faunawet. Indien noodzakelijk nemen we maatregelen om het plan aan te passen. Het is van belang dat de gemeente goede voorlichting geeft over dierenwelzijn. Via NME lessen op scholen, stadsboerderijen en het magazine kan dit gerealiseerd worden. De dierenambulance moet goed worden gefaciliteerd. Het moet bij rampen logisch zijn dat ook geprobeerd wordt dieren te redden. Daarmee kan menselijk leed worden voorkomen.
Vegetatiedaken zijn een mooie manier om meer groen te creëren.
Wij staan achter alle ambitieuze duurzaamheiddoelstellingen van het college 2006-2010. Het inkoopbeleid, ook van energie, ons wagenpark, de openbare verlichting, een goede thermo-scan... laten we doen wat nodig is om een van de duurzaamste gemeenten van Nederland te worden. Daarbij moeten we nadrukkelijk kijken naar innovatieve ontwikkelingen op dit gebied, en het gebruik van duurzame technieken stimuleren.
Wij zetten ons in voor het subsidiëren van de aankoop van energiebesparende apparatuur door woningeigenaren. Hierbij gaan die maatregelen voor die de meeste besparing opleveren. Om het goede voorbeeld te geven moeten moderne technieken worden gebruikt bij de verlichting van de openbare ruimte, zoals LED-verlichting. Hierdoor kan 30 tot 40% energie bespaard worden.
Verder willen wij een aansluiting op het fietsknooppunt netwerk van Leiden en omgeving en actieve stimulering van OV-gebruik. Wij willen dat de gemeente waar mogelijk CO2-emissie-reductie in verkeers- en vervoersplannen opneemt. De optie om op de A12 een 100-km-zone te realiseren moet niet worden losgelaten.
Wij zijn voor instandhouding van de schooltuinen. Het nieuwe Natuur- en Milieu Educatief centrum bij de stadsboerderij in Oosterheem moet per OV bereikbaar zijn en kan gebruikt worden voor natuurlijke festiviteiten zoals de boomfeestdag.
De ChristenUnie-SGP wil dat het waterplan wordt geactualiseerd in samenspraak met het waterschap.
Wij willen graag een haalbaarheidsonderzoek naar het uitstippelen van educatieve en recreatieve (kano)vaarroutes, onder andere op de bestaande weteringen.

Hoofdstuk 4 – jeugd en onderwijs

De basis voor een veilige, gezonde opvoeding ligt in het gezin. Ondersteunende rollen zijn er voor het sociale netwerk, zorg en onderwijs. Traditionele kringen om het gezin, zoals familie, buurt en kerk, brokkelen af. Deze kringen moeten zo nodig versterkt worden. Omzien naar elkaar zien wij als een Bijbelse opdracht.
De taak van de overheid is om ouders waar nodig te ondersteunen bij de opvoedingstaak. Het jeugdbeleid moet dicht bij de burger staan, daarom moet de nadruk liggen op een sterke lokale regie. Zorgketen, informatieketen en bestuursketen, samen moeten ze zichtbaar worden in de Centra voor Jeugd en Gezin. Daar moeten ouders via korte lijnen laagdrempelige opvoedondersteuning kunnen krijgen, daar moet preventie vorm krijgen en van daaruit moet snel actie ondernomen worden bij problemen. Eigen Kracht Centra kunnen daar ook bij helpen. Gewerkt moet worden aan een positieve uitstraling van de jeugdzorg, onder andere door een link te leggen met wijkcentra. Mogelijk kunnen kerkelijke organisaties hier ook bij betrokken worden.
Elk kind moet op zijn eigen niveau kunnen leren, daarom moet er steeds gewerkt worden aan een breed onderwijsaanbod. Spijbelen en schoolverlating moeten streng worden aangepakt, waarbij oog moet zijn voor de achterliggende oorzaak
Lokale samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven zorgt voor een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en moet gestimuleerd worden. We denken hierbij aan de stagebanken die zijn gerealiseerd en aan beroepenmanifestaties.
De Brede School speelt een positieve rol. Buitenschoolse ontwikkelkansen, aandacht voor achterstanden, verhoogde betrokkenheid bij de wijk, aandacht voor sport en beweging. Tegelijk moeten scholen zich kunnen concentreren op hun primaire taak, het onderwijs, en heeft het gezinsleven onze voorkeur boven voor- en naschoolse kinderopvang. Opvoeding is primair een taak van ouders en die kan niet worden uitbesteed, en kinderopvang moet een vrije keuze blijven.
Jongeren hebben ruimte nodig, en voorzieningen om zich te vermaken. Wij vinden het belangrijk dat de woonomgeving een positieve uitstraling heeft, met ruimte voor sport, spel en ontmoeting. Elke wijk moet een jeugdhonk hebben.
Als er problemen met jeugd ontstaan, is een integrale aanpak van groot belang, vooral door de inzet van de ZorgAdviesTeams op scholen. De samenhang tussen beleidsterreinen moet in het oog worden gehouden om preventie, zorg en repressie op één lijn te houden.
Wij zijn uit overtuiging tegen het gedogen van softdrugverkoop vanwege de negatieve gevolgen voor de gezondheid en de link met criminaliteit. Tegelijk beseffen we dat sluiting van CASA de drugsgebruikers de illegaliteit in drukt. Daarom willen wij dat drugsgebruik omgeven wordt door preventie, controle en verslavingszorg. Ook voor andere verslavingen (alcohol, drugs, gamen, gokken) moet aandacht zijn in die sfeer. Initiatieven die gezond gedrag bevorderen kunnen op onze steun rekenen. Omdat eenzaamheid verslaving kan bevorderen, is het van extra belang in te zetten op versteviging van het sociale netwerk rond risicogroepen.
Raddraaiers moeten gelijk stevig aangepakt en begeleid worden. De gemeente moet alert zijn op isolatie, polarisatie en radicalisering, waaronder rechts-extremisme onder jongeren. Om te voorkomen dat zij zich afkeren van de samenleving moeten we onder andere scholing, stages en werk bevorderen.
In deze hele zorgketen moet de regie bij de gemeente liggen. Jeugdbeleid heeft visionaire regie nodig, niet alleen stroomlijning. Bovendien moet er worden samengewerkt met professionals zoals wijkagenten, jeugdwerkers en leraren. Wij pleiten voor een Programma Jeugd, met als onderdelen Educatie, Zorg, Veiligheid en Vrije Tijd.

Hoofdstuk 5 – kunst en cultuur

Cultuur manifesteert zich op tal van manieren in onze samenleving. Kunst, musea, muziek, toneel en dergelijke zijn niet meer weg te denken. De ChristenUnie-SGP is van mening dat kunst vooral voort moet komen uit particulier initiatief, waarbij de gemeente een rol heeft in de voorwaardenscheppende sfeer. Amateurverenigingen moeten worden ondersteund.
Beeldende kunst kan worden tentoongesteld in openbare ruimte, zolang die niet aanstootgevend is voor bevolkingsgroepen. Het is goed als burgers inspraak hebben bij de selectie.
De gemeente doet er goed aan te stimuleren dat eigenaren van leegstaande gebouwen hun ruimte verhuren als tijdelijke atelierruimte.
We zijn trots op ons culturele erfgoed in de vorm van gebouwen, stadsgezichten en landschappen. De gemeente moet zich sterk maken voor behoud en herstel van dit erfgoed. Ook het onderzoeken van onze wortels door archeologie moet weer worden opgepakt, bij voorbeeld door het Historisch Genootschap de gelegenheid te geven onderzoek te doen.
Het is belangrijk dat Zoetermeer een goed museum heeft, met een veelzijdige en aantrekkelijke programmering. Er moet plek zijn voor onze geschiedenis, voor educatie en voor hedendaagse kunst. Wij vinden wel dat de kosten voor het nieuwe Stadsforum binnen de grenzen van het redelijke moeten blijven.
De openbare bibliotheek is belangrijk om de leescultuur te bevorderen, en draagt bovendien bij aan integratie, ontmoeting, het maatschappelijk debat en opvoeding. De gemeente moet aan de laagdrempeligheid van deze belangrijke voorziening bijdragen door geen grote bezuinigingen door te voeren. De bibliotheek moet een vaste samenwerkingspartner zijn van (brede) scholen, opleidingsinstituten en welzijnsorganisaties.

Hoofdstuk 6 – sport en bewegen

Sport is goed voor lichaam en geest, en daarnaast versterkt het de sociale samenhang. De gemeente moet daarom bevorderen dat alle bevolkingsgroepen op enige wijze meedoen aan sport. Groepen die daarbij onze speciale aandacht behoeven zijn onze nieuwe Nederlanders, allochtonen, ouderen, chronisch zieken en gehandicapten.
We willen projecten stimuleren die jongeren van de straat halen en naar sport en bewegen leiden. Dit kan toenadering geven tussen groepen die zich van elkaar afzonderen. Daarom moet er voldoende ruimte in de wijken zijn om bijvoorbeeld balspelen te doen. Sportverenigingen kampen in toenemende mate met een tekort aan vrijwillige bestuurders. De gemeente kan hier een faciliterende rol spelen, bijvoorbeeld door een dagje uit voor vrijwilligers te subsidiëren, of door een ondersteunende constructie die clubs financiële ruimte geeft om hun vrijwilligers een vergoeding te geven. 
Het dreigende gebrek aan sportaccommodaties voor amateurs moet onze aandacht hebben. Daarbij denken wij ook aan minder in het oog springende sporten, zoals de denksport.
Wij vinden het prima dat de gemeente topsporters binnen onze stad voor hun sportbeoefening indirect faciliteert, mits dat binnen redelijke grenzen blijft. Maar als er keuzes gemaakt moeten worden, gaat de breedtesport bij ons voor de topsport. Het belastinggeld is niet bedoeld om topsport te financieren. Veeleer moeten we daarbij denken aan regionale samenwerking.

Hoofdstuk 7 – veiligheid

De overheid is verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. Daarnaast hebben burgers, bedrijven en organisaties daarin hun eigen taken. Samen moeten we werken aan een veilige en leefbare samenleving waarin goed gedrag en verantwoordelijkheidsbesef normaal zijn. Dit onderwerp is gebaat bij een integrale aanpak met meetbare resultaatafspraken en een duidelijke regie vanuit de gemeente. De gemeente moet hierbij dankbaar gebruik maken van de landelijke handreikingen.
Er moet sprake zijn van veel structurele communicatie met inwoners, over subjectieve en objectieve veiligheid, over sociale controle, en de effecten van het integrale veiligheidsplan. We moeten op een eigentijdse manier met jong en oud praten over de aanpak van discriminatie en radicalisering, en over gezamenlijke leefregels. Een goed middel hierbij is de wijkagent in de klas.
Door de samenhang met criminaliteit en misdaad pleiten wij voor voortzetting van de alcoholverboden en de toevoeging van een blowverbod voor probleemgebieden. Wij streven uiteindelijk naar een reducering tot nul van het aantal gokgelegenheden, bordelen, sex-, coffee- en growshops, wietplantages en drankketen.
Wij willen een alcoholleraar op school en verplichte voorlichting voor ouders en kinderen over de gevaren van alcohol- en drugsgebruik. Dit moet Veilig Stappen bevorderen en het “comazuipen” de kop indrukken. Goede initiatieven van horecaondernemers op dit punt moeten worden ondersteund.
Bij de aanpak van probleemjongeren is ons motto: hard als het moet, zacht als het kan. Wij willen diverse vormen van intensief jongerenwerk, waarbij criminele jongeren aan de politie worden overgelaten.
Kosten van vandalisme moeten zo veel mogelijk op daders worden verhaald. Tijdens uitgaansavonden moet preventief handhaven worden ingezet op hotspots. Als de aanpak niet voldoende helpt, denken wij dat cameratoezicht de veiligheid kan bevorderen. Wij willen dat inbraak en illegale graffiti worden aangepakt in overleg met ondernemersnetwerken.
De politie heeft voldoende capaciteit nodig om haar taken goed uit te voeren. De verdeling van agenten over de regio moet jaarlijks worden vastgesteld, en er moet over de prioriteiten gecommuniceerd worden met de gemeenteraden. Wij pleiten voor een evaluatie van het toezichthoudersysteem, en afhankelijk van de resultaten zijn wij bereid het Team Handhaving uit te breiden als de politiecapaciteit niet wordt vergroot. Voor het inhuren van beveiliging bij speciale gebeurtenissen moet voldoende budget worden vrijgemaakt.
De politie moet op wijkniveau een functioneel netwerk hebben, en particuliere initiatieven voor een veilige en leefbare wijk stimuleren en ondersteunen. We ondersteunen de inzet van Jongeren Interventie Teams. Ook inzet van vrijwilligers past hierbij.
Wij vinden het belangrijk dat burgers en bedrijven actief worden betrokken bij het politiewerk. Zo wordt hun gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de omgeving gestimuleerd. SMS alert is her een goed voorbeeld van. Wijk en Agent Samen is hiervan een uitstekend voorbeeld.

Hoofdstuk 8 – bestuur en dienstverlening

De ChristenUnie-SGP staat achter het principe van overheveling van Rijkstaken naar de gemeente, die het dichtst bij de burgers staat. Toenemende regionale samenwerking door gemeenten is dan een logische ontwikkeling. We moeten in het oog houden dat samenwerking toegevoegde waarde moet hebben voor de lokale gemeenschap.
Naarmate het politieke landschap ingewikkelder wordt, wordt de noodzaak van een sterk, efficiënt bestuur groter. De raad moet haar verschillende taken versterken door actief gebruik van haar instrumenten, en het college moet steeds verantwoording afleggen voor haar deelname in samenwerkingsverbanden. De burgemeester moet stevig voor Zoetermeer opkomen in de regionale samenwerking. Het dualisme moet geëvalueerd worden om tot haar volle recht te komen.
In haar contact met de burgers moet de overheid integer en meer herkenbaar en  controleerbaar zijn. De burgers moeten serieus worden genomen en verantwoording en voorlichting zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. De dienstverlening moet kwaliteit hebben en toegankelijk zijn, waarbij nadrukkelijk invulling gegeven moet worden aan de een-loket-gedachte, met een transparante klachtenafhandeling. Hierbij moet niet alleen de melding maar ook de afhandeling worden teruggekoppeld. We pleiten voor permanente aandacht voor het verminderen en vereenvoudigen van regelgeving.
Decentralisatie moet doorgetrokken worden naar het wijkniveau. Eigen taken en budgetten voor het wijkmanagement, en een structureel overleg met burgers en bedrijven op wijkniveau. Er moet veel ruimte zijn voor particulier initiatief.

Hoofdstuk 9 – inrichting van de stad

Wonen, industrie, landbouw en natuur strijden in Zoetermeer om de schaarse ruimte. Alles wat nodig is om Zoetermeer toekomstvast te maken, moet worden ingepland voor de grondopbrengsten op zijn. De gemeente moet de nieuwe decentralisatie door de Wro gebruiken om de regierol stevig op te pakken.
De focus moet van kwantiteit naar kwaliteit gaan. Rond binnenstedelijk bouwen moeten we ons richten op inbreiding en meervoudig ruimtegebruik, levensloopbestendigheid en duurzaamheid. De structuurvisie moet door informatie en discussie draagvlak krijgen. Daarna moet deze worden geconcretiseerd in actuele bestemmingsplannen. De wijken moeten met regelmaat worden geëvalueerd en geoptimaliseerd voor wonen, werken en ontspanning. De bestemmingsplannen moeten 1x per 10 jaar opnieuw vastgesteld. Daarvoor zijn een goede bereikbaarheid en verkeersveiligheid van groot belang. Rolstoeltoegankelijke infrastructuur is een belangrijke norm als het om de (her-)inrichting gaat. Ook het Stadshart en wijkcentra moeten goed bereikbaar zijn, in eerste instantie met het openbaar vervoer. Meervoudig grondgebruik door stapelen van parkeren, winkels en wonen is daarbij onontkoombaar.
Burgers hebben in toenemende mate last van verkeerslawaai. Het geluidsniveau van de A12 neemt toe door meer rijstroken, en ook de Randstadrail en de HSL leveren veel klachten op. Over geluidswerende middelen moet goed worden nagedacht, en bestaande schermen moeten steekproefsgewijs worden getest of ze nog voldoen. Fietsvoorzieningen moeten worden onderhouden en uitgebreid. Duidelijke verkeerstekens en rood asfalt bij kruisingen met snelverkeer zijn van levensbelang. Sociale fietsveiligheid moet worden bevorderd door stille plekken aan te pakken, door goede verlichting en door ruime zichtlijnen.
In samenwerking met de regio moet worden ingezet op behoud van buitenstedelijk groen en agrarisch gebied aan de randen van de stad. Recreatie moet niet beperkt worden tot aangelegde natuurgebieden. Binnenstedelijk moet de goede verhouding tussen bebouwing en groen worden onderhouden. Inbreiding moet zo weinig mogelijk ten koste van groen gaan.
Buiten de stad moet voldoende waterberging worden gerealiseerd, binnen de stad is voldoende oppervlaktewater belangrijk voor het waterbeheer en voor de leefbaarheid van de wijken. Daarvoor is goed onderhoud van beschoeiing, begroeiing en bodem noodzakelijk. De burgers moeten worden betrokken bij een actualisering van het waterplan, om bewustwording te creëren over leven met water en waterveiligheid.
Een paar specifieke punten waarvoor wij een oplossing willen, zijn:
• Een betere doorstroming van het verkeer op de kruising van de Stationsstraat met de spoorlijn;
• Een betere ontsluiting van Nutricia dan nu via de Stationsstraat;
• Zoetermeer Centraal moet weer een intercitystation worden, dit moeten we blijvend inbrengen tijdens de Bleizo-ontwikkelingen;
• Het gratis parkeren rond het Stadshart moet behouden blijven voor onze plaatselijke economie.

Hoofdstuk 10 – economie

Werken is belangrijk voor iedereen, voor inkomen, sociale contacten en eigenwaarde. Daarom moet het bedrijfsleven de ruimte hebben. Dat geldt voor grote bedrijven, maar zeker ook voor kleine en middelgrote. Kleine ondernemingen moeten niet worden gehinderd met tal van vergunningen, en moeten de gelegenheid krijgen om vanuit huis te beginnen.
Om commerciële ruimte goed te gebruiken, moeten bedrijventerreinen opnieuw worden ingericht. Bovendien moet er altijd bewaking zijn om alert te zijn op wietplantages, drugsdealers, vandalisme en diefstal.
Zeker in deze tijd moet werkgelegenheid worden gekoesterd. De gemeente moet het scheppen van nieuwe werkgelegenheid faciliteren door zorg te dragen voor een goed ondernemersklimaat en een aantrekkelijke voorzieningenstructuur.
De inzet op “leisure” om onze stad op de kaart te zetten en de werkgelegenheid te vergroten is belangrijk. De leisurevoorzieningen die we hebben moeten we een goed klimaat bieden. Wel willen wij graag een herijking van de leisuredoelstellingen. Een ongeremde groei naar, bij voorbeeld, acht grote voorzieningen vinden wij niet gewenst. Bovendien mag deze ontwikkeling niet ten koste gaan van het groen, de natuur en de kwaliteit van deze stad, of van de rust op zondag.
Een goede doorstroming van het verkeer is belangrijk voor de economie. Daarom moet er voortdurend aandacht zijn voor ontsluiting, aansluiting en indien nodig verbreding van wegen.
Het is belangrijk dat de economie gestimuleerd wordt. We moeten er scherp op toezien dat investeringen goed onderbouwd zijn, waarbij grote risico’s moeten worden vermeden.
We leven echter niet om te werken, daarom moet er ruimte blijven voor gezamenlijke rust. Wij zijn voor een vrije zondag en tegen de 24-uurseconomie die grote en kleine ondernemers dwingt altijd open te zijn of ten onder te gaan.

Hoofdstuk 11 – bouwen en wonen

Zoetermeer is een compact ontworpen stad en zit aan haar grenzen. De ruimtelijke keuzes die we nu maken zijn bepalend voor de toekomst van de stad.
De ChristenUnie-SGP wil dat er gebouwd wordt aan de hand van de vraag, met nadruk ook de vraag van onze eigen bevolking. Als we ons inwoneraantal willen vasthouden, met het oog op het voorzieningenpeil, dan moet er extra aandacht zijn voor een-persoons-huishoudens en de groeiende groep vitale senioren. Als senioren gestimuleerd worden door te stromen naar luxe appartementen met kwalitatief hoogstaande buitenruimte, komen hun woningen vrij voor gezinnen. Bovendien moet er ingezet worden op beschermd en verzorgd wonen. Appartementen die niet meer geschikt zijn voor de oorspronkelijke doelgroep, zoals eenvoudige starterswoningen, moeten aangepast worden tot jongerenwoningen. Wij pleiten voor ontwikkeling van eengezinswoningen met een prijs onder de twee ton, met strenge toewijzingscriteria, om lage en middeninkomens tegemoet te komen. Het woonfonds moet creatief worden ingezet.
Bij de transformatie van binnenstedelijke bedrijfsterreinen moeten er mogelijkheden zijn om werken en wonen te combineren. Wij willen dat het leegstand-probleem in kaart wordt gebracht en mogelijke oplossingen worden onderzocht.
Over al deze onderwerpen moeten afspraken gemaakt worden met ontwikkelaars en woningcorporaties. Met inspraak van de bewoners kunnen vernieuwende woonconcepten worden ontwikkeld, waarbij kernwoorden zijn: duurzaam en levensloopbestendig. Wij willen dat de effecten van de maatregelen worden bewaakt om de voortgang in de gaten te houden.
Het concept van de woonservicezones wordt al ontwikkeld, maar blijft erg achter. Wij willen dat er in 2012 in elke wijk minstens één woonservicezone is, en een extra rond het oude Dorp. Onderzoek zou dan moeten uitwijzen waar er nog meer nodig zijn en of het programma van eisen voldoet.
De wijkontwikkelingsplannen waarmee is gestart zullen laten zien dat Zoetermeer slijtageplekken vertoont. In diverse wijken zijn ingrepen nodig om de leefbaarheid te garanderen en verloedering tegen te gaan. Kernwoorden daarbij zijn: veilig, groen, duurzaam. Wij willen dat de gemeente zoekt naar fondsen en subsidies om aan te wenden voor de benodigde transformaties van wijken.
Ook het binnenklimaat van woningen en scholen vraagt onze aandacht. Naast technische ingrepen is er ook voorlichting nodig, bijvoorbeeld over luchten, verwarming, en het verband tussen CO2-concentratie en leerprestaties.

Hoofdstuk 12 – Openbaar gebied

Zoetermeer heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om leefbaarheid. Daarom moet er samengewerkt worden door gemeente, burgers, bedrijven en organisaties om datering, verloedering en vandalisme tegen te gaan.
In de wijkteams blijkt dat de samenwerking bij het beheer vruchten afwerpt. Wij willen graag werken aan een verdere verbetering van de kwaliteit en de handhaving van de openbare ruimte. De open ruimte in een stad is van groot belang voor ontmoeting en ontspanning. Het is dan ook belangrijk dat er in het veiligheidsbeleid een accent op dit punt wordt gezet, zodat de ruimte niet wordt aangetast door bij voorbeeld alcoholmisbruik. De gemeente moet erop toezien dat evenementen het openbaar gebied niet onnodig zwaar belasten.
Bij (bouw-)projecten in het openbaar gebied moet de gemeente inzetten op participatietrajecten. Zo wordt een zorgvuldige belangenafweging mogelijk in een stad die vol begin te raken. Een goed welstandsbeleid is daarbij ook onmisbaar.
Wij zijn tevreden over de verbeteringen die in het wegennet worden aangebracht, maar we maken ons zorgen over de parkeeroverlast in de wijken, waarbij we inzetten op verplicht parkeren op eigen terrein waar dat is afgesproken. In de wijkontwikkelingsplannen moet hier genoeg aandacht aan worden besteed. Ook de geluidsoverlast door verkeer in de wijken is een punt van zorg. Wij willen door een studie duidelijkheid over de gevolgen van een overbouwing van de A12 op dit punt.
Zoetermeer heeft een uitgebreid fietsnetwerk, maar wij willen meer aandacht voor de scheiding van snel en langzaam verkeer, met name rond scholen. Voorlichting bij ouders en kinderen kan hier ook een bijdrage leveren aan de veiligheid. De voorlichting waar we als gemeente op in moeten zetten is breder te trekken naar bewust gebruik van de openbare ruimte, hoe ga je om met afval, andermans eigendommen etc. Dit moet ook een corrigerende invloed hebben op het toenemende huftergedrag in de openbare ruimte.
In het groenbeleid moeten duidelijke prioriteiten worden afgesproken, omdat kwaliteitsverhoging over de hele linie onbetaalbaar is.
Het groen-adoptiesysteem en de wijkschouwen moeten vanwege het succes worden voortgezet en uitgebreid.
Het Stadshart moet aantrekkelijk zijn, in de eerste plaats voor de eigen bewoners. De uitbreiding met Cadenza is belangrijk voor de 'bruis” die we willen realiseren. Wel moet er extra worden ingezet op veiligheid en handhaving in dit gebied. Wij willen graag een aparte gemeentelijke beheerder die de schakel is tussen eigenaars, winkeliers en gemeente. Het Keurmerk Veilig Ondernemen moet in alle centra worden ingevoerd en steeds geëvalueerd om knelpunten weg te nemen. Wijkwinkelcentra worden steeds belangrijker door de vergrijzing. De gemeente moet inzetten op verhoging van de kwaliteit van deze centra.

 

Verkiezingsprogramma 2010-2014

Verkiezingsprogramma

ChristenUnie-SGP

2010-2014